h

Remine Alberts: WAAROM IK NOG STEEDS ZOVEEL MOEITE HEB MET DE VOEDSELBANK

8 juni 2020

Remine Alberts: WAAROM IK NOG STEEDS ZOVEEL MOEITE HEB MET DE VOEDSELBANK

Foto: SP

Om maar met de deur in huis te vallen: ik vind het schade toebrengen aan de menselijke waardigheid en gelijkwaardigheid (je hand ophouden is schadelijk voor je trots en accentueert een verschil tussen hebben en niet hebben) en het is een uiting van een gebrek aan georganiseerde solidariteit.

Ooit is de voedselbank begonnen als een win-winoplossing. Aan de ene kant hielden supermarkten voedsel over en gooiden zij het weg. Aan de andere kant waren er mensen die zo weinig geld hadden dat zij vaak niet meer te eten hadden dan een boterham met suiker. Hoe slim was het om dat overgebleven voedsel uit te delen aan de mensen die er tekort aan hadden? Het was een praktische en nobele oplossing. Maar wel een oplossing die niets deed aan de dieperliggende oorzaken.

Markt van vraag en aanbod?

De voedselproductie is dolgedraaid. Altijd is er overschot. En dat komt omdat er niet geproduceerd wordt om aan de vraag te voldoen. Er wordt geproduceerd om een fatsoenlijk inkomen te hebben. De macht van het grootwinkelbedrijf (lees: Albert Heijn, Jumbo) zit - om aandeelhouders tevreden te stellen - in het afdwingen van een lage prijs. Dus voor de voedselproducenten betekent het dat bijvoorbeeld de literprijs van melk of kropsla laag blijft. Om dan toch nog een fatsoenlijk inkomen te halen, gaat de boer op zoek naar hogere opbrengst tegen lagere kosten. Met megastallen als gevolg, maar ook kassencomplexen waar arbeidsmigranten de uitbuiting dagelijks ondervinden. Dat is de aanbodkant.

De vraagkant komt van de consument. Die moet over een fatsoenlijk inkomen beschikken om goed en gezond voedsel te kunnen kopen. En al heel lang is duidelijk dat lang niet iedereen over een dergelijk inkomen beschikt. Het inkomen wat door de afgelopen kabinetten als basis werd vastgesteld voldoet al jaren niet meer. Er was geen reële stijging en aan de andere kant moest er wel steeds meer betaald worden voor wonen, zorg en andere belangrijke zaken. En de coronacrisis liet nog eens duidelijk zien waar het hem allemaal wringt. Het inkomen viel gedeeltelijk of zelfs geheel weg. Doe dan nog maar eens je boodschappen.

 

Voorkom noodhulp

 

   
 
 

Voordat de coronacrisis toesloeg werd door zeer goedbedoelende mensen meegedaan aan inzamelingsacties voor de voedselbank. Zij kochten bij het grootwinkelbedrijf en gaven dan aan de voedselbank. De winst bleef zo bij dat grootwinkelbedrijf waar eerst de onverkochte spullen gratis werden weggegeven. Een heel merkwaardige variant van een win-winsituatie.

 

Nu de coronacrisis heeft toegeslagen is het niet meer dan normaal dat er massaal aan voedseluitgifte wordt gedaan. Dat is noodhulp. Maar om de tocht naar de voedselbank voor mensen onnodig te maken is veel meer nodig. Om te beginnen zal het wettelijk sociaal minimuminkomen omhoog moeten. Dat is goed voor mensen die in de Bijstand zitten, maar ook voor AOW en andere gekoppelde uitkeringen. Voor de werkenden zal er een minimumuurloon van 14 euro moeten komen en moet er een einde komen aan de onzekere flex- en nulurencontracten.

 

Kortom: er moet een inkomen zijn waarvan je kunt rondkomen.

U bent hier